Ik zet mijn kop thee neer en zak op de bank. Eindelijk even zitten. Dan zie ik de wasmand bij de deur. Die kan ik nog wel even naar boven brengen. Mijn telefoon trilt: of ik straks iets kan ophalen. Ik antwoord meteen. Als ik terugkom, is mijn thee koud. Ik ben moe en wil rust. Toch sta ik alweer op.
Misschien herken je die middag. Er staat niets in je agenda, maar aan het einde van de dag heb je nauwelijks gezeten. Je hebt kleine dingen gedaan die samen toch veel vragen. Ondertussen denk je: waarom ben ik zo moe in de overgang? Vroeger kon ik dit toch gewoon?
Je wilt rust. Toch sta je alweer op.
Vermoeidheid kan je dag behoorlijk veranderen. Je wordt wakker en hebt het gevoel dat je alweer naar bed kunt. Een gewone ochtend kost meer moeite. Je wilt graag begrijpen wat er gebeurt, zeker als je jezelf gewend bent als iemand die veel aankan.
De overgang kan daarbij een rol spelen. Maar de vraag waarom je moe bent, is niet dezelfde als de vraag waarom je blijft doorgaan. Je kunt lichamelijke klachten hebben én gewend zijn om steeds beschikbaar te blijven. Het is zinvol om naar beide te kijken, zonder vooraf te besluiten wat bij jou de oorzaak is.
Misschien merk je pas dat je een grens bereikt wanneer alles al gedaan is. Of je denkt bij ieder klusje: dit is zo klein, dat kan nog wel. Eén bericht, één wasmand en één telefoontje lijken weinig. Maar wanneer je rust telkens opschuift, blijft er van jouw vrije middag weinig over.
Je slaapt acht uur. Maar word je ook uitgerust wakker?
Tijdens de overgang veranderen je hormonen. Opvliegers en zweten in de nacht kunnen je slaap verstoren. Je kunt vaak wakker worden of lang wakker liggen. Dan voelt een volle nacht in bed heel anders dan een nacht waarna je uitgerust opstaat.
In een onderzoeksoverzicht uit 2024 brachten Jia en collega’s 37 studies samen, met gegevens van 29.284 vrouwen. De geschatte hoeveelheid vrouwen met slechte slaapkwaliteit was 50,8%. Dat werd gemeten met een vragenlijst over slaap. De uitkomsten verschillen tussen de groepen en meetgrenzen. Het cijfer betekent dus niet dat de helft van alle Nederlandse vrouwen dezelfde klachten heeft.
Het onderzoek laat vooral zien dat aandacht voor slaap belangrijk is. Het vertelt niet waarom jij moe bent en bewijst niet dat jouw vermoeidheid door hormonen, stress of oude ervaringen komt. Vraag jezelf daarom niet alleen hoeveel uur je slaapt. Kijk ook naar hoe je nacht verloopt en hoe je je bij het opstaan voelt.
50,8%
Geschatte hoeveelheid vrouwen met slechte slaapkwaliteit in de overgang, in een meta-analyse.
37 studies
Gegevens van 29.284 vrouwen. Uitkomsten verschillen tussen onderzoeksgroepen en meetgrenzen.
Geen bewijs voor jouw oorzaak
Dit onderzoek beschrijft slaapkwaliteit. Het verklaart niet waarom jij persoonlijk moe bent.
Gemeten met een slaapvragenlijst (PSQI). Uitkomsten verschillen tussen groepen; dit is geen Nederlands bevolkingscijfer.
Je agenda is leeg. Je hoofd werkt door.
Een middag zonder afspraken lijkt een goed begin. Maar misschien ben je intussen bezig met wat je morgen moet regelen. Je houdt je telefoon in de gaten, denkt aan boodschappen en bedenkt of het met iedereen goed gaat. Je zit stil, terwijl je aandacht steeds naar de volgende taak gaat.
Misschien ben jij degene die thuis veel regelt. Je ziet wat nodig is en pakt het op. Dat kan prettig en nuttig zijn. Alleen kan een gewoonte die jarenlang werkte, nu meer van je vragen dan je wilt geven. Dat maakt jou niet zwak. Het geeft je wel een reden om opnieuw naar je dag te kijken.
Niet elke taak kan wachten. En niet iedereen kan zomaar minder werken of zorgen. Het gaat daarom niet om een perfect rustige dag. Het gaat om het verschil tussen wat vandaag echt nodig is en wat je automatisch erbij doet. Dat verschil zie je beter wanneer je één concreet moment bekijkt.
Een vrije middag geeft geen rust als je hem opnieuw volmaakt.
Je probeert meer aan te kunnen. Wat mag er minder?
Als je zo moe bent, wil je waarschijnlijk meer energie. Je wilt weer kunnen doen wat vroeger vanzelf ging. Toch mag daar een tweede vraag naast staan: wil ik alles wat ik vroeger deed nog steeds blijven dragen?
Misschien blijf je een taak doen omdat niemand anders eraan denkt. Misschien vind je wachten ongemakkelijk. Of je voelt je schuldig wanneer je gaat zitten terwijl er nog iets ligt. Dat zijn dingen die je kunt onderzoeken. Ze zijn geen bewijs van een ziekte of een oude nare ervaring.
Binnen mijn manier van werken noem ik deze brede blik de Symptoomlezer. We kijken naar je slaap, lichamelijke veranderingen, wat je dag van je vraagt en de momenten waarop je weinig tijd voor herstel overhoudt. Een klacht is daarbij geen geheime boodschap die maar één uitleg heeft. Eerst willen we begrijpen wat er bij jou werkelijk meespeelt.
Je bent moe. Waar gaat je energie naartoe?
Wil je meer weten over deze manier van kijken? Lees verder over de Symptoomlezer. Daar draait het om je klachten serieus nemen en breder kijken dan één mogelijke verklaring.
Vijf stappen om te zien wat jou uitput
Je hoeft je hele leven niet tegelijk te veranderen. Begin met een paar dagen waarin je kijkt naar je slaap, je taken en de momenten waarop je toch weer doorgaat. Deze stappen helpen je om dat concreet te maken. Ze stellen geen diagnose en vervangen geen medische beoordeling.
1
Neem je vermoeidheid serieus
Schrijf op sinds wanneer je moe bent en wat je daardoor moeilijker kunt doen. Is de vermoeidheid nieuw? Wordt ze erger? Lukt werken of voor jezelf zorgen minder goed? Dat zijn bruikbare vragen voor een gesprek met je huisarts.
Schrijf sterke of langdurige vermoeidheid niet automatisch toe aan de overgang. Slechte slaap kan meespelen, maar er kunnen ook andere oorzaken zijn. Veel bloedverlies kan bijvoorbeeld tot bloedarmoede leiden. Je huisarts kan beoordelen of onderzoek nodig is. Je hoeft niet eerst alle onderstaande stappen af te maken om hulp te vragen.
2
Kijk naar je nacht
Noteer een paar dagen wanneer je gaat slapen, hoe vaak je wakker wordt en hoe je je ’s morgens voelt. Schrijf ook op of je last hebt van warmte of zweten. Je hoeft geen perfecte slaapmeting te maken. Een eenvoudig overzicht helpt om je klachten uit te leggen.
Kijk naar wat je merkt, niet alleen naar het aantal uren in bed. “Ik lig acht uur in bed, maar ben drie keer lang wakker” geeft meer informatie dan “ik slaap genoeg”. Bespreek aanhoudende slaapklachten en hinderlijke overgangsklachten met je huisarts.
3
Schrijf op wat je blijft doen
Kies één middag waarop je eigenlijk wilt rusten. Wat doe je toch? Noteer de was, het bericht, de boodschappen of de vraag die je overneemt. Schrijf erbij of het nu moest, of dat je het meteen oppakte omdat je dat gewend bent.
Let ook op de gedachte die daarbij hoort. Misschien denk je: als ik het niet doe, blijft het liggen. Of: eerst alles af, dan mag ik zitten. Je hoeft die gedachte niet weg te duwen. Door hem op te schrijven zie je beter hoe een kleine taak opnieuw voorrang krijgt op jouw rust.
4
Laat één gewone taak wachten
Kies iets kleins dat veilig later kan. Laat de wasmand staan tot na je pauze. Beantwoord een gewone vraag later. Of vraag iemand anders om een boodschap te doen. Maak je keuze duidelijk: “Ik ga nu even zitten. Daarna kijk ik ernaar.”
Merk op wat er gebeurt. Voel je onrust of schuld? Heeft iemand werkelijk bezwaar, of verwacht je dat vooral? Een ongemakkelijk gevoel betekent niet meteen dat jouw keuze verkeerd is. Begin klein, zodat je kunt zien wat bij jouw situatie past.
5
Kijk wat er verandert
Kijk na een paar dagen terug. Heb je meer tijd voor rust gemaakt? Wat bleef lastig? Hoe verliepen je nachten? Misschien zie je een gewoonte die je wilt veranderen. Misschien merk je vooral dat de vermoeidheid blijft, ook wanneer je minder doet.
Dat laatste betekent niet dat je verkeerd hebt gerust. Het is informatie om verder te bespreken. Je kunt aandacht nodig hebben voor slaap, lichamelijke klachten, spanning of meerdere dingen tegelijk. Neem je aantekeningen mee naar een passend gesprek. Je hoeft niet zelf te bepalen welke oorzaak het zwaarst weegt.
Je hoeft niet terug naar alles wat je vroeger deed
Vermoeidheid in de overgang vraagt om aandacht voor je lichaam en je slaap. Tegelijk mag je kijken naar de taken die jij vanzelf blijft oppakken. Meer energie willen is begrijpelijk. Maar je hoeft die energie niet meteen weer aan iedereen en alles te geven.
Als rust pas mag wanneer niets meer hoeft, schuift ze makkelijk door naar morgen. Begin daarom bij één moment waarop je weer opstaat, terwijl je eigenlijk wilt zitten. Wat kan daar wachten, en welke hulp heb je nodig? Je hoeft niet eerst voor iedereen te hebben gezorgd voordat jij aan de beurt bent.

